Uitgelicht
Alle leden van het Jostiband Orkest zijn uniek en hebben elk hun eigen
verhaal. Dit zijn zomaar wat indrukken van een 4-tal leden:

|
Percy helpt fijn mee vanmiddag. Het opstellen van de instrumenten neemt
uren in beslag en orkestleden die een handje kunnen helpen zijn op
woensdagmiddag altijd welkom in de grote Zaal van het Dorpshuis.
Aansluiten van bijna zeventig keyboards, piano op zijn plaats,
drumstellen, pauken, conga's en bongo's, accordeons - met man en macht
wordt eraan gewerkt. En Percy kan hard werken.
Jongens, waar is Percy? Hebben jullie Percy gezien? Op de
kinderboerderij is iedereen druk bezig: dieren verzorgen, hokken
schoonmaken, hok repareren. Percy!! Percy is weg ... Waar zit-ie?
Zoeken, bellen, ongerust worden. Is er iets gebeurd vandaag, waarom hij
weggelopen kan zijn? Wat is het vandaag? Woensdag. Woensdag!
Josti-Band!
Bellen. Zit Percy bij jullie? Ja, hij is hard bezig. We zoeken hem al
uren. O?!
Percy, kom eens. Wij krijgen net een telefoontje, dat je helemaal niet
vrij bent vandaag. Dat kan je toch niet doen? Zomaar weglopen zonder iets
te zeggen, terwijl je moet werken? We zijn hartstikke blij als je helpt,
maar dan moet je wel vrij hebben hoor. Ga maar gauw. Tot vanavond. |

|


|
Martin (1968) zegt geen woord. Zo te zien, ziet hij
nauwelijks, maar piano spelen kan hij.
Helemaal in zichzelf gekeerd
hangt hij schuin over de toetsen, zijn rechterschouder hoog, zijn ogen
kijken naar niets.
Zijn slipover zit scheef zijn mouwen zijn los, zijn
vingers gaan vrij stram over de toetsen.
Hij improviseert en vertelt zo te zien aan zichzelf met
klanken uit de piano en gecroon uit zijn keel ontroerende verhalen,
maar Martin zegt geen woord. |

|


|
Jeanne (1925) mag wel met pensioen, maar ze blijft liever halve dagen
werken op houtbewerking. Zij heeft daar een goeie werkmeester bij wie ze
nestkastjes, loopeenden en ander houten speelgoed maakt. Jeanne (haar
naam schrijf je net zo als Jeanne d'Arc, zegt ze vriendelijk) woont tot
haar grote geluk in De Hofjes. Samen met Rob. En boven wonen Corry en
Loes. Ook apart. Van grote groepen moet Jeanne niets hebben. Ze kan er
gewoon niet tegen.
De Josti-Band is ook een groep, maar dat is iets anders. Daar kan ze
muziek maken net als vroeger thuis, in Doetinchem. Toen had ze pianoles,
al moest haar moeder nogal eens achter het studeren heen zitten. Zodra de
Josti-Band begon sloot ze zich aan. In Nieuwveen was het nog maar een heel
klein clubje, waar ze eerst eens ging kijken. Beetje oefenen en ja het was
leuk. Je wordt blij van muziek. Jeanne begon op melodica, een fluit met
toetsen, en nu speelt ze orgel. Vooral de les op zaterdagochtend vindt ze
fijn, met een klein clubje. En de repetities op woensdagavond - die
verzuimt ze nooit. Ze luistert graag naar klassieke muziek. Op de
televisie, als ze grote orkesten ziet musiceren. Maar muziek maken thuis -
nee. In haar eentje is niet zo leuk als met z'n allen. Dansen wel. Jeanne
is vroeger op dansles geweest en dansen doet ze soms wel thuis in haar
eentje. |
 |


(Arie Zaanen overleed op 7-4-2008 op 96 jarige leeftijd na een kort
ziekbed)
|
Als de orkestleden op hun stoelen
zitten, de deuren van het oefenlokaal dicht zijn, zit in de hal nog een
oude man. Jas aan, hoed op, In de mondhoek een zelf gedraaide sigaret. Om
zijn hoofd een wolk van rook. Arie Zaanen is bijna tweeënnegentig. Hij is
veruit het oudste lid van het orkest, bijna van de oprichting af is hij er
al bij. Al vijfendertig jaar speelt 'ie bas. Eerst op een instrument dat
van een oude theekist is gemaakt, met een stok en één snaar naar de als
klankkast fungerende kist. Sinds een paar jaar beschikt het orkest over
een echte bas. En daar speelt Arie Zaanen op.
Hij heeft bijna altijd pretoogjes. En als 'ie in een erg goede bui is,
beweegt zijn hele lichaam mee op de maat van de muziek. Dan maakt 'ie
voortdurend danspasjes, dan swingt z'n lichaam, van vrolijkheid.
Een bassist in een band staat als hij zijn instrument bespeelt. Arie
Zaanen ook. En als er een nummer wordt gespeeld waarin de bas geen aandeel
heeft dan drentelt hij een beetje heen en weer. Hij is bijna voortdurend
in beweging. Je vraagt je af hoe een tweeënnegentigjarige dat
volhoudt!
|

|
Arie Zaanen is altijd vrolijk. Nou ja, altijd...! Hij
heeft zo z'n buien. Dan is er geen land met hem te bezeilen. Deze
woensdagavond is
het raak. Arie Zaanen blijft zitten waar 'ie zit; hij speelt vanavond met
mee.
'Moet u niet naar binnen?' Hij kijkt me aan, neemt een trek van z'n shaggie,
blaast grote rookwolken en zwijgt. Hij legt een rookgordijn om z'n hoofd. 'Hebt
u geen zin vanavond?' Hij zwijgt.
Ik probeer nog een paar andere openingszinnen en dan brandt hij ineens los,
in half gemompelde bozige teksten: 'Me jas! Ze hebben me jas weggemaakt. Ik doe
niet mee! Me jas weggemaakt. Mag niet! Nou ben ik boos.'
'Maar u hebt uw jas nog aan. En uw hoed nog op. Uw jas is toch niet weg, u
bent vergeten om hem uit te trekken.'
'Nee, andere jas weggemaakt. Ik ben boos! Ik wil niks meer!'
Nadere informatie ontbreekt en uit zijn mond komt geen verdere toelichting
meer. Het gesprek wil niet erg vlotten.
Na een paar minuten komt Lyan op hem af. Ze heeft hem gemist in de zaal, wil
weten waar hij is. Haar poging tot een gesprek verloopt vrijwel identiek.
'Wat zie ik nou? Geen zin vanavond? Wat is er aan de hand? We missen je,
hoor, als je niet meespeelt. Waarom ga je niet mee?'
'Me jas is weggemaakt. Ik speel niet. Heb geen zin. Ik ga wel naar buiten,
dan ga ik me verhangen. Ik heb geen zin.'
'Wie heeft je jas weggemaakt?'
'Weet ik niet. Ik ga naar buiten.'
Lyan zal me later duidelijk maken dat het een vast dreigement betreft. Als
hij een recalcitrante bui heeft of boos is, kondigt Arie Zaanen steevast aan er
op de een of andere manier een eind aan te maken. 'Verhangen' of 'onder een auto
lopen' zijn uitgesproken favoriete dreigementen. Als hij daarover begint, weet
Lyan uit ervaring dat hem iets goed dwarszit. Angst dat hij z'n dreigement ook
zal uitvoeren heeft ze niet.
Als in de pauze het hele orkest de zaal verlaat, op weg naar de koffie, zit
Arie Zaanen nog steeds in z'n hoekje. Dikke jas aan, hoed op, rookwolken. Hij
geeft geen antwoord op vragen, reageert niet op vragende blikken. Hij is boos en
demonstreert dat.
Lyan achterhaalt in de pauze de oorzaak. Ze belt naar de leiding van z'n
woongroep en hoort dat Arie boos is omdat hij vandaag z'n winterjas aan moest.
De herfst komt eraan en de leidsters hadden besloten dat z'n zomerjas naar de
stomerij moest. Die had hij al zo lang gedragen. Toen Arie z'n jas niet kon
vinden en het consigne kreeg om nu z'n winterjas aan te trekken, schoot hij in
z'n boze bui. Ze hebben z'n jas weggemaakt en die heeft hij nou juist zo graag
aan. Een stomerij zegt 'm niks. Ze hebben z'n jas weggemaakt. Dat mogen ze niet,
want hij wil 'm aan!
Hij is niet te vermurwen. Nee, vanavond speelt hij niet mee. Balorig blijft
'ie in de hal zitten. Mompelend in z'n rookwolk. En hij zit er nog steeds als
het orkest klaar is. De meesten merken niet eens dat hij boos is. De aandacht
voor een ander is er meestal pas als die ander iets opmerkelijks doet, of iets
opmerkelijks roept. Niet als iemand zich in een hoekje mokkend terugtrekt.
Als ik de volgende morgen de hal van het Dorpshuis binnenkom, zit in de hoek
Arie Zaanen. Winterjas aan, hoed op, shaggie in de mond. Is hij niet weg
geweest? Zit hij er nog steeds? Hebben de verzorgers hem niet opgehaald en naar
de woongroep gebracht? 'Bent u er nog? Hebt u niet geslapen?' Hij kijkt me aan
met een verdrietige blik.
'Boos! Ze hebben me jas weggemaakt. Ik wil me jas terug!' Navraag leert dat
hij wel naar de woning is geweest. Maar 's-morgens wordt in het Dorpshuis een
soos gehouden, waar Arie Zaanen elke dag naartoe gaat. Ook vanmorgen hebben ze
hem gebracht. Maar zijn bui is nog niet over. Recalcitrant weigert hij de soos
binnen te stappen.
'Ik ga naar buiten. Verhangen. Is niet leuk. Doe niet mee!' Mokkend legt hij
weer een rookgordijn.
Een week later staat Arie Zaanen 's avonds opgewekt en vrolijk lachend
aan z'n bas. Hij heeft weer dat swingende. Alsof er nooit iets gebeurd is. Ik
vraag maar niet hoe het is afgelopen met z'n jas. Geen slapende honden wakker
maken, nietwaar?


|