Het Jostiband Orkest
HOME | contact | links | perstribune | steun ons | nieuwsservice     
 
 Nieuws   Het orkest   De kleurennotatie   Speel mee!   Concertinfo   Vraag & antwoord   Jostishop 
   
  Het geheim
  Muziekplezier
     Uitgelicht

  Hoogtepunten
  De mensen van de Jostiband
  Terugblik

Uitgelicht

Alle leden van het Jostiband Orkest zijn uniek en hebben elk hun eigen verhaal. Dit zijn zomaar wat indrukken van een 4-tal leden:

spacer.gif

Percy

Percy helpt fijn mee vanmiddag. Het opstellen van de instrumenten neemt uren in beslag en orkestleden die een handje kunnen helpen zijn op woensdagmiddag altijd welkom in de grote Zaal van het Dorpshuis. Aansluiten van bijna zeventig keyboards, piano op zijn plaats, drumstellen, pauken, conga's en bongo's, accordeons - met man en macht wordt eraan gewerkt. En Percy kan hard werken.

Jongens, waar is Percy? Hebben jullie Percy gezien?
Op de kinderboerderij is iedereen druk bezig: dieren verzorgen, hokken schoonmaken, hok repareren. Percy!!
Percy is weg ... Waar zit-ie? Zoeken, bellen, ongerust worden. Is er iets gebeurd vandaag, waarom hij weggelopen kan zijn? Wat is het vandaag? Woensdag. Woensdag! Josti-Band!

Bellen. Zit Percy bij jullie? Ja, hij is hard bezig. We zoeken hem al uren. O?!

Percy, kom eens. Wij krijgen net een telefoontje, dat je helemaal niet vrij bent vandaag. Dat kan je toch niet doen? Zomaar weglopen zonder iets te zeggen, terwijl je moet werken? We zijn hartstikke blij als je helpt, maar dan moet je wel vrij hebben hoor. Ga maar gauw. Tot vanavond.

Percy: soms van slag, meestal aan de slag

top.jpg

spacer.gif

Martin

 

Martin (1968) zegt geen woord.
Zo te zien, ziet hij nauwelijks, maar piano spelen kan hij.

Helemaal in zichzelf gekeerd hangt hij schuin over de toetsen, zijn rechterschouder hoog, zijn ogen kijken naar niets.

Zijn slipover zit scheef
zijn mouwen zijn los,
zijn vingers gaan vrij stram over de toetsen.

Hij improviseert en vertelt zo te zien aan zichzelf met klanken uit de piano en gecroon uit zijn keel ontroerende verhalen,

maar Martin zegt geen woord.

Martin: zegt het met stilte

top.jpg

spacer.gif

 

Jeanne

Jeanne (1925) mag wel met pensioen, maar ze blijft liever halve dagen werken op houtbewerking. Zij heeft daar een goeie werkmeester bij wie ze nestkastjes, loopeenden en ander houten speelgoed maakt.
Jeanne (haar naam schrijf je net zo als Jeanne d'Arc, zegt ze vriendelijk) woont tot haar grote geluk in De Hofjes. Samen met Rob. En boven wonen Corry en Loes. Ook apart. Van grote groepen moet Jeanne niets hebben. Ze kan er gewoon niet tegen.

De Josti-Band is ook een groep, maar dat is iets anders. Daar kan ze muziek maken net als vroeger thuis, in Doetinchem. Toen had ze pianoles, al moest haar moeder nogal eens achter het studeren heen zitten. Zodra de Josti-Band begon sloot ze zich aan. In Nieuwveen was het nog maar een heel klein clubje, waar ze eerst eens ging kijken. Beetje oefenen en ja het was leuk. Je wordt blij van muziek.
Jeanne begon op melodica, een fluit met toetsen, en nu speelt ze orgel. Vooral de les op zaterdagochtend vindt ze fijn, met een klein clubje. En de repetities op woensdagavond - die verzuimt ze nooit.
Ze luistert graag naar klassieke muziek. Op de televisie, als ze grote orkesten ziet musiceren. Maar muziek maken thuis - nee. In haar eentje is niet zo leuk als met z'n allen. Dansen wel. Jeanne is vroeger op dansles geweest en dansen doet ze soms wel thuis in haar eentje.

Jeanne: muziek maakt ze samen

top.jpg

spacer.gif

 

De bassist is boos .

(Arie Zaanen overleed op 7-4-2008 op 96 jarige leeftijd na een kort ziekbed)

Als de orkestleden op hun stoelen zitten, de deuren van het oefenlokaal dicht zijn, zit in de hal nog een oude man. Jas aan, hoed op, In de mondhoek een zelf gedraaide sigaret. Om zijn hoofd een wolk van rook. Arie Zaanen is bijna tweeënnegentig. Hij is veruit het oudste lid van het orkest, bijna van de oprichting af is hij er al bij. Al vijfendertig jaar speelt 'ie bas. Eerst op een instrument dat van een oude theekist is gemaakt, met een stok en één snaar naar de als klankkast fungerende kist. Sinds een paar jaar beschikt het orkest over een echte bas. En daar speelt Arie Zaanen op.

Hij heeft bijna altijd pretoogjes. En als 'ie in een erg goede bui is, beweegt zijn hele lichaam mee op de maat van de muziek. Dan maakt 'ie voortdurend danspasjes, dan swingt z'n lichaam, van vrolijkheid.

Een bassist in een band staat als hij zijn instrument bespeelt. Arie Zaanen ook. En als er een nummer wordt gespeeld waarin de bas geen aandeel heeft dan drentelt hij een beetje heen en weer. Hij is bijna voortdurend in beweging. Je vraagt je af hoe een tweeënnegentigjarige dat volhoudt!

 

Arie: soms boos, meestal virtuoos

Arie Zaanen is altijd vrolijk. Nou ja, altijd...! Hij heeft zo z'n buien. Dan is er geen land met hem te bezeilen. Deze woensdagavond is het raak. Arie Zaanen blijft zitten waar 'ie zit; hij speelt vanavond met mee.

'Moet u niet naar binnen?' Hij kijkt me aan, neemt een trek van z'n shaggie, blaast grote rookwolken en zwijgt. Hij legt een rookgordijn om z'n hoofd. 'Hebt u geen zin vanavond?' Hij zwijgt.

Ik probeer nog een paar andere openingszinnen en dan brandt hij ineens los, in half gemompelde bozige teksten: 'Me jas! Ze hebben me jas weggemaakt. Ik doe niet mee! Me jas weggemaakt. Mag niet! Nou ben ik boos.'

'Maar u hebt uw jas nog aan. En uw hoed nog op. Uw jas is toch niet weg, u bent vergeten om hem uit te trekken.'

'Nee, andere jas weggemaakt. Ik ben boos! Ik wil niks meer!'

Nadere informatie ontbreekt en uit zijn mond komt geen verdere toelichting meer. Het gesprek wil niet erg vlotten.

Na een paar minuten komt Lyan op hem af. Ze heeft hem gemist in de zaal, wil weten waar hij is. Haar poging tot een gesprek verloopt vrijwel identiek.

'Wat zie ik nou? Geen zin vanavond? Wat is er aan de hand? We missen je, hoor, als je niet meespeelt. Waarom ga je niet mee?'

'Me jas is weggemaakt. Ik speel niet. Heb geen zin. Ik ga wel naar buiten, dan ga ik me verhangen. Ik heb geen zin.'

'Wie heeft je jas weggemaakt?'

'Weet ik niet. Ik ga naar buiten.'

Lyan zal me later duidelijk maken dat het een vast dreigement betreft. Als hij een recalcitrante bui heeft of boos is, kondigt Arie Zaanen steevast aan er op de een of andere manier een eind aan te maken. 'Verhangen' of 'onder een auto lopen' zijn uitgesproken favoriete dreigementen. Als hij daarover begint, weet Lyan uit ervaring dat hem iets goed dwarszit. Angst dat hij z'n dreigement ook zal uitvoeren heeft ze niet.

Als in de pauze het hele orkest de zaal verlaat, op weg naar de koffie, zit Arie Zaanen nog steeds in z'n hoekje. Dikke jas aan, hoed op, rookwolken. Hij geeft geen antwoord op vragen, reageert niet op vragende blikken. Hij is boos en demonstreert dat.

Lyan achterhaalt in de pauze de oorzaak. Ze belt naar de leiding van z'n woongroep en hoort dat Arie boos is omdat hij vandaag z'n winterjas aan moest. De herfst komt eraan en de leidsters hadden besloten dat z'n zomerjas naar de stomerij moest. Die had hij al zo lang gedragen. Toen Arie z'n jas niet kon vinden en het consigne kreeg om nu z'n winterjas aan te trekken, schoot hij in z'n boze bui. Ze hebben z'n jas weggemaakt en die heeft hij nou juist zo graag aan. Een stomerij zegt 'm niks. Ze hebben z'n jas weggemaakt. Dat mogen ze niet, want hij wil 'm aan!

Hij is niet te vermurwen. Nee, vanavond speelt hij niet mee. Balorig blijft 'ie in de hal zitten. Mompelend in z'n rookwolk. En hij zit er nog steeds als het orkest klaar is. De meesten merken niet eens dat hij boos is. De aandacht voor een ander is er meestal pas als die ander iets opmerkelijks doet, of iets opmerkelijks roept. Niet als iemand zich in een hoekje mokkend terugtrekt.

Als ik de volgende morgen de hal van het Dorpshuis binnenkom, zit in de hoek Arie Zaanen. Winterjas aan, hoed op, shaggie in de mond. Is hij niet weg geweest? Zit hij er nog steeds? Hebben de verzorgers hem niet opgehaald en naar de woongroep gebracht? 'Bent u er nog? Hebt u niet geslapen?' Hij kijkt me aan met een verdrietige blik.

'Boos! Ze hebben me jas weggemaakt. Ik wil me jas terug!' Navraag leert dat hij wel naar de woning is geweest. Maar 's-morgens wordt in het Dorpshuis een soos gehouden, waar Arie Zaanen elke dag naartoe gaat. Ook vanmorgen hebben ze hem gebracht. Maar zijn bui is nog niet over. Recalcitrant weigert hij de soos binnen te stappen.

'Ik ga naar buiten. Verhangen. Is niet leuk. Doe niet mee!' Mokkend legt hij weer een rookgordijn.

Een week later staat Arie Zaanen 's avonds opgewekt en vrolijk lachend aan z'n bas. Hij heeft weer dat swingende. Alsof er nooit iets gebeurd is. Ik vraag maar niet hoe het is afgelopen met z'n jas. Geen slapende honden wakker maken, nietwaar?

top.jpg

spacer.gif

    © 2005 Jostiband Orkest | Realisatie: