U bent hier: Home Nieuws Jaarverslagen Jaren 1966-1996

Jaren 1966-1996

De Josti-Band ontstond in 1966 als muziekclub van de Johannes Stichting te Nieuwveen. De bewoners met een verstandelijke beperking konden als vrijetijdsbesteding muziek komen maken in het gebouw van de arbeidstherapie (over een recreatieruimte beschikten instellingen als deze - 325 bedden - in die tijd nog niet), en al gauw werden enkele bewoners van het nabijgelegen Huize Ursula, begeleid door een non, ook lid van deze club.

Mensen met een verstandelijke beperking, van wie het merendeel niet kan lezen of schrijven, van wie sommigen ook een lichamelijke beperking hebben en voor wie controle op lichaamsbewegingen vaak moeilijk is, kregen eenvoudige muziekinstrumenten (voornamelijk klein slagwerk) in handen. Ook werd er veel gezongen. Met behulp van bekende liedjes bracht de leiding structuur in het ongelooflijke lawaai dat alle solisten maakten. Ieder lid trommelde, rinkelde of triangelde in het begin uitsluitend voor zichzelf.

Om verder te komen dan ritme en zang ging de leiding op zoek naar niet al te dure muziekinstrumenten waarop melodietjes gespeeld konden worden. Het aangewezen instrument bleek de melodica te zijn: een fluit met pianoklavier. Op de toetsen werden coderingen aangebracht en toen deze gevisualiseerde tonen voor de blazers niet goed zichtbaar bleken te zijn werd de tuut-met-de-s-bocht uitgevonden. Op verzoek van de Josti-Band heeft de firma Hohner deze s-tuut-melodica's een tijdlang gefabriceerd.

Onder het motto Niet Leren, maar Doen (en daardoor leren) werden de bandleden aan het musiceren gezet. Het grootste probleem voor de leiding was (en is nog steeds): hoe geef je iedereen die muzikale taak, waar men zelf plezier aan beleeft en die in het geheel past? Zodra de aandacht voor een bepaald instrument gevangen is en het effect van eigen spel wordt waargenomen, slaat het aan en begint de pret. Maar hoe krijg je een enthousiaste muzikant dan weer stil?
De orkestleden moesten leren stil te zijn om vervolgens tegelijkertijd (!) een handeling te verrichten. Maat houden, ritme aanbrengen - het laat zich raden dat er ontzaglijk veel geduld en doorzettingsvermogen van de leiding is gevergd om de beweeglijke leden van de band 'tot elkaar' te krijgen.

De muzikanten kregen onderwijs in luisteren en nadoen. Verhaaltjes moesten ze leren in geluid te vertalen (als een olifant: bonk, bonk, bonk). Luisteren naar de melodie, naar het volume (dit is hard, dit is zacht), naar het gevoel. Ze moesten letten op elkaar, elkaar niet overstemmen. Het orkest, dat voor een groot gedeelte uit leden bestaat die in zichzelf gekeerd leven, moest een eenheid worden. Musicerend samenwerken werd van deze mensen gevraagd. Een dwaze gedachte volgens velen.

Niet direct betrokkenen hadden iets meewarigs over zich als de muziekclub ter sprake kwam, anderen sloegen het gerepeteer van de band sceptisch gade, maar wat velen voor onmogelijk hadden gehouden lukte. De mensen met de verstandelijke beperking leerden niet alleen muziek te maken, ze leerden ook nog met elkaar muziek te maken.

Het tij zat de band mee, want in de maatschappij begon vrijetijdsbesteding een politiek onderwerp te worden (wegens de teruglopende werkgelegenheid). Een stroom van voorzieningen kwam op gang, ook in de gezondheidszorg. De Johannes Stichting diende een recreatieruimte te krijgen en de stal van een voormalige boerderij bleek daarvoor een uitstekende ruimte te bieden: De Stal.

Boerderij De StalHet plezier dat de leden in de muziekclub hadden, was (en is) voor de leiding het centrale punt. Musiceren is een vrijetijdsbesteding waar je vrijwillig en voor je plezier aan deelneemt. En het enthousiasme voor de wekelijkse repetitie bleek vanaf het begin overduidelijk. Josti-Band werd een soort toverwoord, ook voor mensen die nauwelijks kunnen spreken: Josti-Band. Jostibandje werd een groet, een afspraak, een contactpunt. Josti-Band.

Het maken van muziek, het samenwerken met anderen, het vaste patroon van steevast iedere woensdagavond (en wel om kwart over zeven) repeteren - dit alles bleek een opmerkelijk positieve uitwerking op de mensen met een verstadelijke beperking te hebben. De verleiding was groot om deze vrijetijdsbesteding therapeutisch op te zetten, maar daarmee kwam de factor vrijwilligheid in het geding en op grond daarvan werd het idee verworpen.
Wat je in je vrije tijd doet, doe je voor je lol. Je voelt je er happy mee en het is vaak een compensatie voor de zware kanten van het dagelijks leven.

Ook mensen met een verstandelijke beperking, die iedere dag in een rooster meedraaien van behandeling, verzorging, eventuele werkuren en verplichtingen, hebben met regelmaat een oppepper nodig om de problematiek in hun leven aan te kunnen. Weliswaar is ook dan begeleiding nodig, maar die leiding moet uiterst terughoudend zijn.

Josti-Band-leden ontplooiden zich opvallend, tot verbazing van begeleiders en verzorgers: een meisje dat nooit sprak begon te praten, een jongen die nooit enig initiatief toonde, kreeg interesse in een speeldoosje. Zo zijn er talloze voorbeelden te noemen van het 'Josti-Band-effect'. De Jostiband Orkestleden laten vóór alles zien wat zij met muziek doen en wat muziek met hen heeft gedaan.
Muziek uit het hart heette het televisieprogramma dat de NCRV in 1977 uitzond en dat is het precies. De Josti's hebben de muziek in zich, het is een deel van hun leven en zij strooien hun repertoire uit met ongelooflijk veel plezier. Zij genieten van het musiceren en ze ondervinden dat anderen daar weer plezier aan beleven. Volkse, religieuze of klassieke muziek - ze spelen alles met gelijke overgave. Muziek is hun geluk.